EUR | USD

Hoe u spanningsreferentie gebruikt om een nauwkeurige en stabiele gegevensomzetting te verkrijgen

By Bill Schweber

Contributed By De Noord-Amerikaanse redacteurs van Digi-Key

In de haast om de analoge en digitale werelden sneller en efficiënter te verbinden om van het Internet of Things (IoT) te profiteren, is het gemakkelijk, maar niet verstandig, om de cruciale rol van spanningsreferentie over het hoofd te zien. Spanningsreferentie, door analoog-digitaal (ADC) en digitaal-analoog (DAC) omzetters gebruikt als de primaire standaard voor het "beoordelen" van de analoge invoer- en uitvoerwaarden, helpt een nauwkeurige signaal- en gegevensomzetting te verzekeren, maar alleen als hij op de juiste manier wordt gekozen en toegepast.

Dit artikel geeft een korte beschrijving van de structuur en kenmerken van een spanningsreferentie en de manier waarop deze moet worden geselecteerd. Bij wijze van voorbeeld wordt een spanningsreferentie van de ADR43x-serie van Analog Devices geïntroduceerd, om de verschillende kenmerken, verbeteringen en functies te illustreren die ontwerpers kunnen gebruiken om alles uit moderne spanningsreferenties te halen wat er in zit. Hierbij wordt ook gedemonstreerd hoe het ADR43x-apparaat zodanig wordt toegepast dat het binnen acceptabele limieten blijft om ADC's, DAC's en systemen als geheel optimaal te laten presteren.

De fundamentele rol van spanningsreferenties

In de basisvorm is een spanningsreferentie een apparaat met drie aansluitklemmen met voedingsrail, massa (gemeenschappelijk) en precisie-uitgangsspanningsaansluitingen (Afbeelding 1). Een referentie die niet geschikt is voor de taak in kwestie of die op de verkeerde manier wordt toegepast, zal onnauwkeurig zijn en de validiteit en geloofwaardigheid van de uitvoer van de omzetter in het geding brengen.

Schema van de LT6656AIS6-2.5 van de LT6656-familie van Analog DevicesAfbeelding 1: de basisvorm van een spanningsreferentie is een apparaat met drie aansluitklemmen met aansluitingen voor ingangsspanning, uitgangsreferentie en massa (gemeenschappelijk), zoals hier getoond voor de LT6656AIS6-2.5 van de LT6656-familie van Analog Devices. (Bron afbeelding: Analog Devices)

Nadat een ontwerper een referentie heeft geselecteerd die geschikt is voor qua nominale uitgangsspanning, nauwkeurigheid en tolerantie, naast andere parameters, ziet hij zich voor de uitdaging gesteld om de referentie zodanig te gebruiken dat de gespecificeerde prestatie volledig aan de toepassingsvereisten voldoet en de prestaties van het apparaat niet in het geding komen. Het belang hiervan kan niet genoeg worden benadrukt. Zoals gezegd is de spanningsreferentie de primaire standaard op grond waarvan de ADC de analoge ingangsspanning beoordeelt wanneer hij deze spanning digitaliseert. In het geval van DAC's stelt een stabiele en betrouwbare spanningsreferentie de omzetter in staat om een nauwkeurige analoge uitgangsspanning te produceren, in overeenstemming met de digitale ingangscode.

Het selecteren van de referentie

Voor solid-state referenties worden voornamelijk drie technologieën gebruikt: de begraven Zenerdiode, de bandgap-benadering met gebruikmaking van de Vbe van een transistor en de XFET®-configuratie van Analog Devices, met twee junctie-FET's die in tandem werken (VS patent nummer 5,838,192).

En terwijl ontwerpers van spanningsreferenties eindeloos kunnen discussiëren over de subtiliteiten en attributen van elke benadering (en daar doen ze goed aan), zijn de meeste gebruikers van spanningsreferenties voornamelijk geïnteresseerd in prestaties, compromissen tussen voor- en nadelen, toepassingen en kostenaspecten. Dat is het perspectief van waaruit dit artikel is geschreven.

Alhoewel de interne kernreferentie van een spanningsreferentie een "lastige" waarde kan hebben vanwege de onderliggende fysieke apparaateigenschappen van de gebruikte technologie, worden spanningsreferenties ontworpen met interne circuits om te verzekeren dat hun uitgangen spanningen hebben die goed zijn afgestemd op de omzetterresolutie en op de systeemvereisten.

Veel referenties worden bijvoorbeeld aangeboden als een familie van verder identieke apparaten met een keuze uit verschillende uitgangswaarden, bijvoorbeeld 2,048, 2,5, 3,0, 4,096 en 5,0 volt. De 2,048 volt en 4,096 volt versies zijn handig omdat ze "gelijkmatig" in de omzetter-resolutie kunnen worden gepast; een 12-bits omzetter die een referentie van 4,096 volt gebruikt heeft bijvoorbeeld een nominale schaling van 1 millivolt (mV)/conversie-aantal.

De initiële referentienauwkeurigheid wordt uitgedrukt in procent of millivolt en de nauwkeurigheid kan sterk variëren, omdat sommige toepassingen een hogere nauwkeurigheid vereisen dan andere. Over het algemeen is een hogere nauwkeurigheid moeilijker te verkrijgen en te behouden; een typische referentiespecificatie is een maximale fout van ± 0,1% onder alle omstandigheden. Vooruitgang in de onderliggende topologie en procestechnologie hebben het echter mogelijk gemaakt deze specificatie te verbeteren. De 4,096 volt ADR434 referentie gebruikt bijvoorbeeld de XFET-benadering en is gespecificeerd met een initiële nauwkeurigheid van ±5 mV (achtervoegsel A) of ±1,5 mV (achtervoegsel B).

Er zijn echter vele toepassingen waarvoor absolute nauwkeurigheid minder belangrijk is dan referentiestabiliteit en consistentie op lange termijn. De reden kan zijn dat de gedigitaliseerde gegevens vervolgens kunnen worden gecorrigeerd, of dat de absolute nauwkeurigheid niet zo belangrijk is als comparatieve resultaten en hun wijzigingen, die beide afhankelijk zijn van referentiestabiliteit. Daarom moet bij de selectie van de referentie worden overwogen hoeveel absolute nauwkeurigheid er nodig is in vergelijking met hoeveel stabiliteit er nodig is—en hoe deze stabiliteit kan worden gehandhaafd.

De overwegingen ten aanzien van deze stabiliteitsfactor zijn absoluut niet onbeduidend. Is het voor kortdurend gebruik, zoals in het geval van het gegevensacquisitie tijdens een kort experiment? Of betreft het een lange-termijn gegevensacquisitie, voor een jaar of nog langer? Dit zijn vragen die de ontwerper voor elk project van tevoren moet beantwoorden.

Externe en interne referenties

En er is een nog belangrijkere basisvraag: heb je eigenlijk wel een onafhankelijke, externe referentie nodig? Omzetters zoals de AD7605-4BSTZ ADC van Analog Devices worden geleverd met een interne spanningsreferentie, die u laat besparen op de printplaatruimte en de stuklijst (BOM) (Afbeelding 2). Verder kan het gegevensblad een specificatie geven van de volledig gekarakteriseerde leesnauwkeurigheid van de ADC, aangezien de prestaties van de referentie deel worden van de algehele prestatie van de IC van de omzetter.

Schema van 16-bits AD7605-4BSTZ van Analog Devices (klik om te vergroten)Afbeelding 2: vele ADC's, zoals de 16-bits AD7605-4BSTZ, worden geleverd met een interne spanningsreferentie. Dit laat u niet alleen besparen op ruimte en stuklijst, maar vereenvoudigt ook de analyse van het foutenbudget, omdat de prestaties van de referentie in de algehele specificaties van de converter zijn verwerkt. (Bron afbeelding: Analog Devices)

Het is echter mogelijk dat een interne referentie niet de benodigde prestaties biedt, zelfs als de omzetter-kern geschikt is, en daarom hebben de meeste omzetters een aansluiting voor een externe referentie. Merk op dat omzetters die zeer toepassingsspecifiek en kostengevoelig zijn, zoals die voor een lower-end audiokanaal, een interne omzetter kunnen hebben die voldoet aan de beoogde standaard en dus geen externe referentie nodig hebben. Toch is het te simplistisch om ervan uit te gaan dat een externe referentie automatisch betere resultaten oplevert dan een interne, aangezien de prestaties van de interne referentie overeen kunnen komen met de specificaties van de bijbehorende omzetter.

Er is een andere reden om het gebruik van een externe spanningsreferentie te overwegen, zelfs wanneer de interne referentie adequaat is. In ontwerpen met meer dan slechts een enkele omzetter-IC, kunnen de afzonderlijke interne referenties verschillen of onderling geen identiek verloop hebben. De resulterende gegevens zullen alleen vanwege de verschillen tussen de referenties inconsistenties vertonen, en dit zou het correleren van de gegevens moeilijk maken, met onoplosbare fouten die niet gecorrigeerd kunnen worden.

Daarom is het voor een systeem met meerdere omzetters dat hoge prestaties moet leveren over het algemeen beter om een enkele, gedeelde externe referentie te gebruiken. Hierbij ontstaan echter twijfels met betrekking tot het vermogen van de referentie om meerdere omzetters "te besturen" zonder dat zijn basisprestaties achteruit gaan, een overweging die hieronder wordt besproken.

De prestaties van de referentie handhaven

Naast de initiële nauwkeurigheid en tolerantiespecificaties hebben referenties problemen die moeten worden opgelost om ervoor te zorgen dat de hun prestaties binnen acceptabele grenzen blijven. Deze problemen zijn onder meer:

  1. Lay-out problemen, zoals spanningsval en ruis
  2. Uitgangsdrive (bron/afname), last-buffering en prestaties ten aanzien van transiënten
  3. Korte-termijn stabiliteit en temperatuur-gerelateerde afwijking
  4. Afwijkingen op lange termijn als gevolg van veroudering, fysieke belasting en packaging

1. Lay-out problemen, zoals spanningsval en ruis: zoals bij elk ander gevoelig analoog signaal, ook een signaal dat een statische spanning levert, kan er een overmatige stroom-weerstand (IR) spanningsval zijn tussen de referentie-uitgang en de omzetter. Alhoewel de meeste referentiebelastingen laag zijn — in de orde van tientallen milliampères (mA) — resulteert zelfs een belasting van 10 mA door 100 milliohm (mΩ) in een spanningsval van 1 mV, wat een significante fout in het budget kan opleveren.

De spanningsreferentie van de ADR43x-serie overwint dit probleem door de bedradingsweerstand op te nemen in de forceer-lus van een externe operationele versterker (opamp) in een Kelvin-aansluitconfiguratie (Afbeelding 3). De versterker detecteert de spanning op de belasting, dus de lusbesturing van de operationele versterker forceert de uitgang om de bedradingsfout te compenseren en zo de juiste spanning op de belasting te produceren

Schema van ADR43x van Analog DevicesAfbeelding 3: apparaten van de ADR43x-serie kunnen via een externe opamp worden geconfigureerd voor Kelvin-aansluitingen, zodanig dat een daling van IR tussen de referentie-uitgang en de referentie-ingangsaansluiting van de omzetter deel uitmaakt van een terugkoppelingslus die het verlies vervolgens compenseert. (Bron afbeelding: Analog Devices)

Externe ruis kan ook van invloed zijn op de referentiespanning zoals aanwezig op de omzetter, vanwege belastingsruis, ruis op de massa (gemeenschappelijk) en ruisopname van niet afdoende afgekoppelde voedingsrails. Bovendien moet ook de interne ruis op lage frequentie 0,1 hertz (Hz) tot 10,0 Hz) en hoge frequentie (10 Hz tot 25 kilohertz (kHz)) van referenties worden beoordeeld. Referenties die hoge prestaties leveren, zoals die van de ADR43x-familie, hebben een laagfrequente ruis onder de 3,5 microvolt (μV) van piek tot piek (p-p) en hoogfrequente ruis van ongeveer 200 μV (piek) van 10 Hz tot 10 kHz.

Getoond wordt het ruisdichtheidsspectrum voor de ADR431BRZ-REEL7 (Afbeelding 4). Voor verschillende capacitieve belastingen is deze betrekkelijk vlak tot ongeveer 1 kHz, waarna hij begint te stijgen; voor een capacitieve belasting van nul blijft hij vlak.

Grafiek van ruisdichtheid afgezet tegen de frequentie voor ADR431BRZ-REEL7Afbeelding 4: de ruisdichtheid afgezet tegen de frequentie voor verschillende capacitieve belastingen van de ADR431BRZ-REEL7 is betrekkelijk vlak tot 1 kHz, waarna hij begint te stijgen; voor een capacitieve belasting van nul blijft hij vlak en hij stijgt sneller naarmate de belasting toeneemt. (Bron afbeelding: Analog Devices)

De meest gebruikelijke tactiek om ruis te verminderen is om een eenvoudig weerstand-condensator (RC)-filter toe te voegen. Veel referenties hebben echter uitgangsversterkers die onstabiel kunnen worden en gaan oscilleren met grote capacitieve belastingen, dus een capaciteit die diverse microfarad (µF) meer bedraagt op de uitgang aansluiten is geen optie, tenzij de referentie hier specifiek voor ontworpen is. Voor de ADR43x-apparaten kan de basisaansluiting van de referentie worden aangevuld met een eenvoudig RC-filter als deze hoogfrequente ruis de vereisten nog steeds overschrijdt (Afbeelding 5).

Schema van basisaansluiting van de ADR43x spanningsreferentiesAfbeelding 5: voor de basisaansluiting van de ADR43x spanningsreferenties volstaan een aantal passieve externe componenten, met twee condensators aan de ingangszijde en een basiscondensator van 0,1 µF op de uitgang. (Bron afbeelding: Analog Devices)

Merk op dat de ADR43x-referenties elk een externe pen bieden, die toegang geeft tot het interne compensatieknooppunt, waardoor een extern serie-RC-netwerk kan worden toegevoegd op het kritieke punt van het circuit (Afbeelding 6).

Schema van ADR43x apparaten van Analog Devices met een voor de gebruiker toegankelijke package-penAfbeelding 6: de ADR43x apparaten hebben een voor de gebruiker toegankelijke package-pen (Pen 7), die gebruikt kan worden om de benodigde compensatie toe te voegen aan de interne opamp. (Bron afbeelding: Analog Devices)

Toevoeging van het RC-circuit stelt de gebruiker in staat om de interne opamp te "overcompenseren" en instabiliteit te vermijden. Gebruikers kunnen de condensatorwaarde selecteren om een acceptabel laag ruisniveau te verkrijgen ten opzichte van de frequentie (Afbeelding 7).

Grafiek van ADR43x ruisverminderingAfbeelding 7: ontwerpers die ADR43x referenties gebruiken, kunnen RC-componentwaarden selecteren om het gewenste niveau van ruisvermindering te verkrijgen zonder zorgen over de uitgangsstabiliteit, zoals wordt aangetoond door dit plot van ruisdichtheid afgezet tegen de frequentie voor verschillende RC-combinaties. (Bron afbeelding: Analog Devices)

2. Uitgangsdrive (bron/afname), last-buffering en prestaties ten aanzien van transiënten: de meeste referenties zijn intern gebufferd en kunnen tot 5 of 10 mA leveren/afnemen. Als de vereiste belastingsstroom hoger is dan de nominale waarde voor bron/afname van de referentie, zal een externe buffer (gewoonlijk op eenheidsversterking) nodig zijn. Een buffer kan echter niet wenselijk zijn aangezien het potentiële effect van zijn imperfecties (onnauwkeurigheid, afwijkingen) ertoe kan leiden dat de referentie niet meer binnen de systeemspecificatie valt.

De ADR43x-serie maakt in veel gevallen de externe stroomversterkingsbuffer overbodig dankzij zijn relatief hoge stroomwaarden van +30 mA voor levering en −20 mA voor afname.

Ook is de belasting op de referentie niet noodzakelijkerwijs constant, maar kan variëren wanneer de ADC (of DAC) intern schakelt. Als de externe referentie-ingang op de omzetter gebufferd is, is dit geen probleem; als dit niet zo is, moeten de prestaties ten aanzien van transiënten van de referentie worden onderzocht. In sommige gevallen is een externe buffer tussen de referentie en de omzetter nodig, om besturing te leveren ondanks transiënte belastingen; nogmaals, de prestaties van de buffer moeten worden meegenomen in de systeemfoutanalyse.

3. Korte-termijn stabiliteit en temperatuur-gerelateerde afwijking: de referentie-uitgang zal afwijkingen vertonen vanwege de tijd die de actieve circuits nodig hebben om te stabiliseren, net als de thermische gradiënten op de chip. Deze stabilisatietijd bij inschakeling is voor de meeste referenties gewoonlijk afhankelijk van de belastingscapaciteit, maar de impact van de belastingscondensator is minimaal voor de ADR431 met een kleine belasting (Afbeelding 8 en Afbeelding 9).

Grafiek van stabilisatietijd bij inschakeling voor de ADR431Afbeelding 8: de stabilisatietijd bij inschakeling voor de ADR431 is zonder belasting ongeveer 8 microseconden (µs). (Bron afbeelding: Analog Devices)

Grafiek van stabilisatietijd bij inschakeling voor de ADR431 met toevoeging van een belasting van 0,01 µFAfbeelding 9: ook bij toevoeging van een belasting van 0,01 µF, bedraagt de stabilisatietijd bij inschakeling voor de ADR431 nog steeds slechts ca. 8 µs. (Bron afbeelding: Analog Devices)

Gegevensbladen specificeren referentienauwkeurigheid op een bepaalde temperatuur, die gewoonlijk afwijkt van de inschakelwaarde. De verandering in uitvoer als gevolg van temperatuurverandering kan de vereisten met betrekking tot de systeemnauwkeurigheid gemakkelijk overschrijden, dus is een referentie met een voldoende lage specificatie van de afwijking nodig. De ADR43x-familie is gespecificeerd voor werking tussen −40°C en +125°C; voor de ADR434A (4,096 volt, ±5 mV initiële nauwkeurigheid), is deze coëfficiënt 10 deeltjes per miljoen (ppm)/°C, terwijl andere apparaten van de serie waarden van slechts 3 ppm/°C hebben.

4. Afwijkingen op lange termijn als gevolg van veroudering, fysieke belasting en packaging: afwijkingen ('drift') leveren vaak een significante bijdrage aan onnauwkeurigheid van de referentie. Neem een toepassing waarvoor een spanningsreferentie een totale nauwkeurigheid over het temperatuurbereik van ±0,1% moet hebben. De ontwerper kan kiezen voor een high-performance referentie met een initiële nauwkeurigheid van ±0,05% en een zeer lage temperatuurcoëfficiënt van ±5 ppm/°C.

Tussen 25°C en 125°C, zal de afwijking ten opzichte van de temperatuurcoëfficiënt 5 ppm/°C × 100°C of 500 ppm (0,05%) bedragen, dus de totale fout (initiële fout + afwijkingsfout) zal net aan de vereiste van ±0,1% voldoen. Sommige high-end toepassingen plaatsen de referentie in een oven met temperatuurregeling, zoals worden gebruikt voor temperatuur-gestabiliseerde kristallen voor frequentie-instelling en klokken, maar dit is in de meeste situaties niet wenselijk of praktisch.

Naarmate de referentienauwkeurigheid groter wordt, wordt de basale lange-termijn afwijking (long-term drift, LTD) een belangrijkere factor bij het behouden van die nauwkeurigheid. LTD stelt technische ontwerpers voor een speciale uitdaging, aangezien de afwijking op lange termijn voornamelijk afhangt van productieprocedures en gebruikspatronen van producten, en niet zozeer van de degelijkheid van het ontwerp en de keuze van de bijbehorende componenten. De belastingen waar het package aan wordt onderworpen tijdens de assemblage van de printplaten zijn de belangrijkste oorzaak van LTD. In plastic verpakte IC's zullen iets van vorm veranderen als resultaat van de blootstelling aan de hoge temperaturen bij het solderen op de printplaat, en deze door belasting geïnduceerde verandering van de afmetingen zorgt voor belasting op het microplaatje van de spanningsreferentie.

Het gevolg is dat de uitvoer van de spanningsreferentie verandert wanneer deze mechanische assemblage-gerelateerde belastingen gedurende uren, dagen en zelfs weken komen en gaan. De omvang van de verandering is afhankelijk van de lay-out, package van het apparaat en andere factoren en bedraagt gewoonlijk enkele tientallen ppm. Ook zullen de relatie tussen het microplaatje van de referentie en het package "settelen" naarmate het apparaat in een jaar tijd veroudert, dus sommige referenties specificeren de afwijking over die veel langere tijdsperiode.

De meeste gegevensbladen van referenties geven LTD specificaties als de typische afwijking na de eerste 1000 bedrijfsuren; het gegevensblad van de ADR43x-serie specificeert 1000 hour LTD op 40 ppm (typisch) maar vermeldt ook dat de afwijking in de daaropvolgende periodes van 1000 significant lager is dan in de eerste periode van 1000 uur.

Een oplossing voor deze door belasting geïnduceerde afwijking is de printplaat gedurende een paar uur aan thermische cycli bloot te stellen, aangezien interne belastingen en spanning hierdoor worden verlicht. Een andere oplossing is het gebruik van spanningsreferenties in keramische packages, aangezien keramiek meestal stabieler is dan plastic, met lagere doorbuigwaarden dan plastic packages. Veel referenties zijn echter niet beschikbaar in keramische packages; maar dit hoeft geen probleem te zijn, aangezien de nieuwste generatie van in plastic verpakte referenties LTD-prestaties bieden die bijna net zo goed zijn als die van keramisch verpakte apparaten.

Tot slot kunnen ontwerpers het effect van transiënten op de eigen voedingsrail van de spanningsreferentie niet negeren; een referentie is tot slot in vele opzichten een gespecialiseerde "stroomvoorziening". Daarom hebben belastingvariaties niet alleen een mogelijke invloed op de uitvoernauwkeurigheid, maar vormt een stabiele en schone DC-invoerlijn ook een belangrijke factor bij het handhaven van de gespecificeerde prestaties. Dat gezegd hebbende, zal een goed ontworpen spanningsreferentie de stroominvoer nauwgezet regelen. De ADR431 specificeert lijnregeling ΔVOUT/ΔVIN van 5 mV/ppm (typisch) en 20 mV/ppm (maximum) over het ingangsspanningsbereik van 7 tot 18 volt (Afbeelding 10).

Grafiek van ADR43x apparaten vertoont geen verandering in de uitgang ondanks een piekspanning op de lijn van 500 mVAfbeelding 10: pieken op de voedingsrail van de spanningsreferentie kunnen een negatieve invloed hebben op de prestaties ervan, maar dit kan normaliter worden opgelost met een goede interne lijnregeling. De ADR43x apparaten vertonen bijvoorbeeld geen verandering in de uitgang ondanks een piekspanning op de lijn van 500 mV. (Bron afbeelding: Analog Devices)

Conclusie

Of het nu een interne referentie van een ADC of DAC betreft of een discrete externe component, spanningsreferenties zijn een kritisch onderdeel van elk willekeurig systeem dat gegevensomzetters gebruikt. Verbeteringen in hun basisnauwkeurigheid, drift en andere parameters vertalen zich in prestatieverbeteringen op systeemniveau.

Zoals we hebben gezien kunnen ontwerpers kiezen uit een breed aanbod van spanningsreferentiekarakteristieken en -verbeteringen —zowel voor wat de topologie als het proces betreft. Naast de extra functies voor nauwkeurigheid en consistente prestaties onder uiteenlopende statische en dynamische bedrijfsomstandigheden, heeft de bedrieglijk eenvoudige spanningsreferentie veel te bieden aan ontwerpers die op zoek zijn naar mogelijkheden om aan strenge ontwerpvereisten te voldoen.

Verwijzingen:

  1. Analog Devices, AN-713, "Het effect van lange-termijn drift op spanningsreferenties"
  2. Analog Devices, Engineer Zone, "Trimmen van de ADR430"

Disclaimer: The opinions, beliefs, and viewpoints expressed by the various authors and/or forum participants on this website do not necessarily reflect the opinions, beliefs, and viewpoints of Digi-Key Electronics or official policies of Digi-Key Electronics.

Achtergrondinformatie over deze auteur

Bill Schweber

Bill Schweber is een elektronisch ingenieur die drie boeken over elektronische communicatiesystemen heeft geschreven, alsmede honderden technische artikelen, opiniërende columns en productkenmerken. In voorgaande functies was hij werkzaam als technisch websitemanager voor meerdere onderwerpspecifieke sites van EE Times, alsmede de hoofd- en analoge redacteur van EDN.

Bij Analog Devices, Inc. (een leidende verkoper van geïntegreerde schakelingen met analoog en gemengd-signaal) hield Bill zich bezig met marketingcommunicatie (public relations). Hierdoor heeft hij beide kanten van een technische pr-functie ervaren, door het introduceren van bedrijfsproducten, verhalen en berichten aan de media en ook als ontvanger daarvan.

Voorafgaand aan zijn marketing- en communicatierol bij Analog was Bill meewerkend redacteur van hun gerespecteerde technische tijdschrift en ook werkzaam op hun afdelingen voor productmarketing en applicatie-engineering. Daarvoor was Bill actief bij Instron Corp. door het werken aan analoge en geïntegreerde schakelingen en de systeemintegratie van materiaaltestende machinebesturingen.

Hij houdt een MSEE (Univ. van Mass.) en BSEE (Columbia-universiteit), staat geregistreerd als professioneel ingenieur en heeft een geavanceerde licentie voor amateurradio. Bill heeft ook online cursussen over vele technische onderwerpen georganiseerd, geschreven en gepresenteerd, waaronder MOSFET-basics, ADC-selectie en led-schakelingen.

Over deze uitgever

De Noord-Amerikaanse redacteurs van Digi-Key